De nieuwsberichten van POLOS gaan in op de actualiteiten in de zorg en op actualiteiten van POLOS

Ons nieuws

Kostenonderzoek huisartsen

In het eerste deel van 2012 vind op aanwijzing van de NZA een onderzoek plaats naar de opbrengsten, de productie, de praktijkkosten en de tijdsbesteding bij huisartsen. De resultaten van het onderzoek worden medio 2012 verwacht. Op basis van de resultaten kan de NZA bepalen of een herijking van de tarieven voor huisartsen nodig is.

Het onderzoek leidt tot veel onrust onder huisarsten en geeft ook zorgen over de inkomsten in de toekomst. Macro-economisch gezien, is het onderzoek verklaarbaar. Op alle fronten wort gekeken waar kosten bespaard kunnen worden in de gezondheidszorg, zodat onze zorg ook in de toekomst betaalbaar blijft. Op individueel praktijkniveau ligt het onderzoek gevoeliger. Velen zijn bang dat de tarieven naar beneden gaan en dat dit consequenties heeft voor de praktijkorgansiatie en de persoonlijke inkomsten. Daarbij doet een landelijk onderzoek in het algemeen geen recht aan de individuele praktijk. Een voorbeeld zijn huisvestingskosten: in Amsterdam liggen die op een ander niveau dan in Drenthe. Daarnaast is het een arbitraire discussie over het norminkomen van de huisarts. In deze is de Nederlandse gezondheidszorg nog steeds sterk overheid gestuurd.

Mocht u zich toch zorgen maken over uw toekomstige inkomsten en praktijk, neemt u dan contact op met Lex Maas (mobiel: 06-46177617) en maak vrijblijvend een afspraak. Lex kan u adviseren op zowel organisatorisch als financieel gebied en kan met u de mogelijke effecten van eventuele bezuinigingen in kaart brengen.

 

Contract tandarts en verzekeraar blijft moeizaam

Sinds 1 januari zijn de tandartstarieven vrij. De overheid wil dat de klant bewust kiest op basis van transparante kwaliteitscriteria. Toch is de vraag of er wel sprake is van meer contractvrijheid en voor wie. De prestatiecriteria zijn bekend; die voor kwaliteit nog niet.
De relatie patiënt-tandarts stoelt op vertrouwen en dat blijft zo. De tandarts moet duidelijker worden over kwaliteit en service, zodat de patiënt objectief kan kiezen. Wij denken echter dat veel patiënten zich laten leiden door het vertrouwen dat ze hebben in de huidige tandarts.
De verhouding patiënt-zorgverzekeraar ligt vast in de zorgverzekeringsovereenkomst. Jongeren tot 18 jaar vallen binnen de basisverzekering; daarboven wordt alleen via een aanvullend pakket vergoed, vaak tot een maximumbedrag. Bij een restitutiepolis kan men de tandarts zelf kiezen, bij een naturapolis niet.
De mondzorgovereenkomst regelt de relatie tussen tandarts en verzekeraar. Zorgverzekeraars moeten voldoende zorg inkopen, waarbij eisen voor kwaliteit en service gelden. Ook wil de zorgverzekeraar kosten beheersen. Veel tandartsen sluiten geen contracten af, vanwege prijsbeperkingen. In regio's met een tekort aan tandartsen stijgen tarieven meer dan in gebieden, met een overschot.
Zorgverzekeraars vergoeden verrichtingen tot een maximumbedrag, de patiënt betaalt het restant bij. Een maatwerkcontract is voorlopig niet aan de orde. Verzekeraars missen de mankracht om jaarlijks met alle tandartspraktijken te onderhandelen. Ze overwegen dat alleen als praktijken zich verenigen in een collectief. Zo niet, dan volgt een standaardcontract.
Samenwerken of zich verenigen vergroot de onderhandelingskracht van tandartsen. Die moeten alert zijn op wat is toegestaan, mogen niet collectief tarieven vaststellen, noch collectief onderhandelen over commerciële aspecten van de mondzorgovereenkomst. De Mededingingswet stelt hier scherpe grenzen aan.
De vraag is wanneer tandartsen concurrenten zijn en wat precies die commerciële aspecten zijn van de overeenkomst. Kwaliteit is misschien geen commercieel aspect, maar wordt het wel als er een prijskaartje aan hangt. Dat bemoeilijkt de start over de contracten, zoals recent bleek uit recente verklaringen van zorgverzekeraars die vinden dat de tarieven te veel stegen. Het succes van marktpartijen staat of valt met de vraag of ze oog hebben voor elkaars belangen.
Een zorgverzekeraar wil kwaliteit en kostenbeheersing. De tandarts wil kwaliteit leveren en betaald worden. Er moet ruimte zijn voor innovatie en investeringen. Als er al ruimte is voor onderhandelingen, moet voorkomen worden dat de contractvorming over de hoofden van de patiënt uitgespeeld gaat worden.
Claudia Bruins is advocaat bij Deterink Advocaten en Notarissen te Eindhoven.  Lex Maas is adviseur bij Polos te Den Bosch.

(Bron: FD, 30 januari 2012)

NZA: Prijsstijging tandartsen beperkt

Veel mondzorgaanbieders blijven met hun prijzen in de buurt van de prijzen van vorig jaar. Dat blijkt uit eerste onderzoek van de Nederlandse Zorgautoriteit. De NZa monitort voor de minister de marktontwikkelingen nu er sinds 1 januari 2012 vrije prijzen zijn voor tandartsen, orthodontisten, mondhygiënisten en tandprothetici. Voor de eerste prijspeiling onderzocht de NZa acht prestaties en vergeleek de prijzen van nu met die van 2011.

Voor vijf van de onderzochte prestaties is de prijs ten opzichte van vorig jaar gelijk gebleven of gedaald. Zo bleven de prijzen voor een periodieke controle, tweevlaksvulling en kroon binnen de te verwachten prijsrange voor 2012. De prijzen voor behandeling tandvleesabces en tussentijdse beoordeling tandvleesbehandeling daalden. Voor een rontgenfoto, een uitgebreide gebitsreiniging en een klikgebit moet meer betaald worden.

De NZa werkt met prijsranges omdat er in de nieuwe prestaties die in 2012 gelden, soms meerdere prestaties uit 2011 zijn samengevoegd. Zo kon een tandarts vorig jaar voor een vulling onder andere de verdoving nog los declareren, nu zit dat bij de prijs van een vulling inbegrepen. Bij haar berekeningen heeft de NZa rekening gehouden met de jaarlijkse indexatie van 3,31% die toegepast zou zijn op tarieven 2011 als er geen vrije prijzen zouden zijn.

uit het onderzoek blijkt dat de meeste tandartsen hun tarieven hebben aangesloten bij de prijzen die vorig jaar golden. Er zijn slechts enkele aanbieders die veel hogere of veel lagere prijzen hanteren.

De NZa vroeg bij 247 aanbieders de prijslijst op. In totaal 173 aanbieders leverde die binnen een week aan. Met deze steekproef kan de NZa gemiddelde prijzen met 95% zekerheid aangeven. Aan deze eerste prijspeiling bindt de NZa echter nog geen conclusies. Prijzen kunnen namelijk gedurende het jaar nog veranderen omdat zorgverleners hun prijslijst tussentijds aan mogen passen. Daarnaast kan de NZa bij de weging van tariefstijgingen en dalingen op een later moment dit jaar ook volume en omzetontwikkeling meerekenen zodat duidelijk wordt wat de werkelijke effecten van deze stijgingen en dalingen zijn.

De NZa monitort dit jaar de ontwikkelingen op de mondzorgmarkt. Daarbij kijkt ze naar ontwikkeling van de prijzen, of tandartsen vooraf transparant zijn over wat zij doen voor welke prijs en de toegankelijkheid van de mondzorg. Ook bekijkt de NZa of het aantal contracten tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders toeneemt en onderzoekt ze of er bij aanbieders of verzekeraars sprake is van eventuele marktmacht. Waar nodig kan de NZa haar handhavingsinstrumenten inzetten. Na deze eerste scan volgt op 15 februari een eerste rapportage aan VWS,op 1 juni de marktscan mondzorg en op 1 november een prijsontwikkelingsrapportage voor VWS.

(bron NZa)


 

Wijzigingen Geneesmiddelenwet per 1 januari 2012

Een van de wijzigingen in de Geneesmiddelenwet per 1 januari 2012 is dat de voorschrijver bij een aantal aangewezen geneesmiddelen (circa 40) de indicatie op het recept moet vermelden. Dit kan de medicatiecontrole door apothekers en medewerkers verbeteren en fouten bij afleveren en gebruik van de geneesmiddelen voorkomen. Een andere belangrijke wijziging in de Geneesmiddelenwet voor het handelen  van de arts en apotheker is dat apothekers inzicht krijgen in zes laboratoriumwaarden van de patiënt die relevant zijn voor de behandeling.

bron: nieuwsbrief IVM

Scherpere regels fusies in de zorg

SCHERPERE REGELS FUSIES IN DE ZORG

De ministerraad heeft ingestemd met een wetsvoorstel waarmee de regels rondom het signaleren van financiële problemen van zorginstellingen en schaalvergroting in de zorg worden aangescherpt.

Doel is het tijdig signaleren van risico's voor de continuïteit van de zorg, het toetsen van fusies op risico's voor de kwaliteit en bereikbaarheid en in het uiterste geval de bevoegdheid tot splitsen van een  zorgaanbieder als de kwaliteit van de zorg in gevaar komt.

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) kan op grond van dit wetsvoorstel regels stellen voor afspraken tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars over vroegtijdige signalering van (financiële) risico's. Zorgverzekeraars krijgen een meldplicht op het moment dat ze kunnen vermoeden dat de continuïteit van de zorg in gevaar is.

Fusies in de zorg worden in het vervolg door de NZa getoetst op risico's voor de kwaliteit en bereikbaarheid van de zorg. Daarbij gaat het om een zorgvuldig fusieproces, maar ook bijvoorbeeld om bereikbaarheid van spoedeisende hulp, crisisopvang binnen de GGZ en acute verloskunde. In het uiterst geval komt er een opsplitsingbevoegdheid als dat voor de kwaliteit van de zorg noodzakelijk is. De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) kan de minister tot aanwijzing adviseren.

Het wetsvoorstel sluit aan op het regeerakkoord en is een uitwerking van de beleidsvoornemens die de minister en staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) dit voorjaar hebben aangekondigd. De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. De tekst van het wetsvoorstel en van het  advies van Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.

bron: persbericht rijksoverheid

 

 

 

 

Patiënt wil beter bereikbare huisarts

Patiënt wil beter bereikbare huisarts

Patiënten willen dat huisartsenpraktijken beter bereikbaar zijn.Dit blijkt uit onderzoek van de Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie (NPCF) onder patiënten van tien huisartsenpraktijken in Noord-Holland, Overijssel en Drenthe.

Geen middagpauze

Om de beriekbaarheid te verbeteren pleiten patiënten ondermeer voor een avondspreekuur, betere bereikbaarheid per email,geen pauzes meer tussen de middag en een betere bewegwijzering door het telefonische keuzemenu.

Programma

Het regionale onderzoek naar patiëntenwensen maakt deel uit van het programma Huisartsenpraktijken Door Cliënten Bekeken. Inmiddels hebben zo'n zeventig huisartsenpraktijken aangegeven met het programma te willen meedoen.

bron; NPCF

NZA stelt regels vrije tarieven mondzorg 2012 vast
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft de regels vastgesteld die per 1 januari 2012 gelden voor het experiment met vrije tarieven in de mondzorg. In de regels staan afspraken over transparantie en prestaties. In het experiment mogen tandartsen zelf de prijs vaststellen voor de zorg die zij leveren.

Als er straks vrije prijzen zijn, is het belangrijk dat iedereen in de tandartsstoel weet wat hij of zij krijgt voor welke prijs en dit ook kan controleren. In de regeling mondzorg die nu is vastgesteld staan verschillende afspraken over hoe tandartsen, orthodontisten, mondhygiënisten en tandprothetici hun patiënten moeten voorlichten over de inhoud of prijs van een behandeling. Zo hoort er straks in hun praktijk een standaardprijslijst te hangen en brengen zorgverleners bij behandelingen boven de € 150 offerte uit.

Veldpartijen werken daarnaast nog aan eenduidige praktijkinformatie, zoals gegevens over wie er in de praktijk werkt. Deze maatregelen bij elkaar maken het voor consumenten mogelijk de prijs tussen tandartsen onderling te vergelijken en te kiezen voor de beste prijs-kwaliteitsverhouding.

Gelijktijdig met de regeling mondzorg is de lijst met nieuwe prestaties definitief vastgesteld. In juli 2011 werd de conceptlijst al bekend gemaakt, zodat de marktpartijen alvast met de voorbereidingen konden beginnen. Nu de minister heeft besloten dat er vrije prijzen komen, zijn de prestaties definitief vastgesteld. In de prestatielijst staat in heldere taal wat de behandeling precies inhoudt. Met de nieuwe prestatielijst is er meer ruimte gekomen voor diagnostiek, preventie en innovatie.

De minister heeft de NZa gevraagd de ontwikkelingen op de markt tijdens het drie jaar durende experiment te monitoren. Vanaf volgend jaar bekijkt de NZa onder andere of het aanbod van mondzorg goed verspreid is over het hele land en of er meer afspraken worden gemaakt tussen zorgverleners en zorgverzekeraars. Daarnaast wordt gekeken naar serviceverlening, de kwaliteit van de zorg, en of er meer wordt geïnnoveerd. Denk hierbij aan nieuwe behandelmethoden. De resultaten van de monitor koppelt de NZa terug aan de minister. Uiterlijk 1 juli 2014 besluit de minister of het experiment wordt verlengd.

De NZa blijft toezicht houden op de sector mondzorg. In 2012 verschuift daarbij de focus van het toezicht op tarieven naar het toezicht op transparantie.

(Bron: NZA)

Markt zorgverzekeraars in beweging
Zorgverzekeraars bieden dit jaar meer polissen aan met volledig gecontracteerde zorg. Door selectief contracten af te sluiten met zorgaanbieders sturen verzekeraars hun verzekerden naar de zorgverleners van hun voorkeur. Daarnaast stappen consumenten vaker over: in 2011 kozen meer dan 900.000 mensen voor een andere verzekeraar. De markt voor zorgverzekeringen is in beweging, blijkt uit de marktscan zorgverzekeringsmarkt 2011 van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).

In de marktscan geeft de NZa een overzicht van de ontwikkelingen op de verzekeringsmarkt in de periode van 2007 tot 2011.
Verzekeraars die polissen aanbieden met volledig gecontracteerde zorg kunnen met de zorgaanbieders waarbij zij inkopen, afspraken maken over de prijs en kwaliteit van de zorg voor hun verzekerden. Dat sluit aan bij de afspraken die de verzekeraars met de minister van VWS hebben gemaakt om hun rol als selectieve inkopers van zorg meer op te pakken. De NZa beoordeelt in de volgende marktscan in hoeverre dit ook gebeurt.

Consumenten raken gewend aan het idee dat zij jaarlijks voor een zorgverzekeraar kunnen kiezen. In 2011 stapten meer dan 900.000 mensen over naar een andere verzekeraar, 5,5% van het totale aantal verzekerden. In 2010 waren dat er nog 700.000, 4,3% van het totaal aantal verzekerden.
Ook sluiten steeds meer mensen een collectieve verzekering af. Hun percentage steeg in 2011 naar 66%, tegen 60% in 2009. Verreweg de meesten van hen (zo'n 60 %) zijn verzekerd via hun werkgever, maar ook het aandeel andere collectiviteiten zoals vakbonden, verenigingen en internetcollectiviteiten neemt toe. Consumenten kunnen voordeel halen uit een collectieve verzekering. In een collectief kunnen zij druk uitoefenen op de verzekeraars om doelmatig zorg in te kopen en afspraken te maken over goede dienstverlening.

Ongeveer 90% van de verzekerden heeft een aanvullende verzekering. Onder individueel verzekerden zijn dat er minder (80%), dan bij collectief verzekerden. De laatste jaren neemt bij beide groepen het aantal consumenten met een aanvullende verzekering af. Vooral jongeren kiezen minder vaak voor een aanvullende verzekering

(Bron: NZA)

NZa stelt beleidsregel farmacie 2012 vast
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft deze week de beleidsregel en de regeling voor farmaceutische zorg voor 2012 vastgesteld. Daarmee staat nu vast welke prestaties vanaf 1 januari gaan gelden en aan welke voorwaarden apothekers moeten voldoen. Hiermee zijn vanuit de NZa alle voorbereidingen gereed om vrije prijzen in de farmacie mogelijk te maken.

In de beleidsregel staan de prestaties beschreven waar de farmacie volgend jaar mee gaat werken. De nieuwe lijst met prestaties is in de afgelopen 2 ½ jaar in nauw overleg met veldpartijen tot stand gekomen. In december publiceerde de NZa een conceptlijst, waarna koepelorganisaties Zorgverzekeraars Nederland en de apothekerskoepel KNMP een pilot hebben uitgevoerd met de conceptprestaties. De meeste aanbevelingen uit de pilot zijn in de definitieve prestatielijst overgenomen. Nieuw is de facultatieve prestatie, waarin zorgaanbieder en -verzekeraar gezamenlijk een nieuwe prestatie kunnen laten vaststellen door de NZa. De nieuwe prestaties voor farmaceutische zorg maken beter inzichtelijk welke zorg aanbieders leveren voor consumenten en zorgverzekeraars.

Vanaf januari 2012 moeten apothekers toelichten welke prijzen zij rekenen voor hun dienstverlening en geneesmiddelen. Bij vrije prijzen vervalt de administratieverplichting voor apothekers. De gegevens die daaruit kwamen, gebruikte de NZa om kostenonderzoeken te doen. Bij vrije prijzen is dat niet meer nodig

(bron: NZA)

Tweede Kamer akkoord met experiment vrije prijsvorming mondzorg in 2012

Op 1 juli ging de meerderheid van de  Tweede Kamer akkoord met de start van een experiment met vrije prijsvorming in de mondzorg per 1 januari 2012.

De vrije prijsvorming in de mondzorg treft vier beroepsgroepen in de eerstelijns mondzorg: tandartsen,mondhygiënisten, orthodontisten en tandprothetici. Er zijn wel voorwaarden aan gesteld:

1. Informatie consumenten

Consumenten hebben behoefte aan informatie over o.a. prijzen van behandelingen, vergelijkingen van prijzen en behandelmethoden, de tijdsduur en effecten van tandheelkundige behandelingen, deskundigheid van de behandelaar en een overzichtelijke rekening. Deze informatie is beschikbaar op een patiëntenwebsite en op de individuele praktijkwebsite.

2. Etalage informatie per praktijk

Etalage informatie per praktijk (feitelijke informatie over de organisatie en faciliteiten van de praktijk), conform de lijst zoals deze is opgesteld binnen het traject Zichtbare Zorg, is voor consumenten per praktijk toegankelijk via een praktijkwebsite danwel in foldermateriaal over de praktijk.

3. Kwaliteitsinformatie

Kwaliteitsinformatie staat ter beschikking.

4. Prestatielijst

Een prestatielijst is beschikbaar, waar tandheelkundige behandelingen op voor consumenten begrijpelijke taal worden weergegeven. Deze wordt daadwerkelijk gehanteerd voor het declareren van verrichtingen.

5. Prijslijst

Per praktijk zal op basis van de prestatielijst een prijslijst worden opgesteld welke op de praktijkwebsite en in de praktijk zelf duidelijk zichtbaar is. De NZa zal hierop toezien.

bron: NMT

 

 

Akkoord over beheerste kostenontwikkeling ziekenhuiszorg

Minister Schippers (VWS) heeft op 4 juli 2011 een accoord gesloten met zorgaanbieders en zorgverzekeraars over een beheerste kostenontwikkeling in de ziekenhuiszorg.De ambitie is om de structurele uitgavengroei in de ziekenhuiszorg in de periode 2012 tot 2015 te beperken tot 2,5%. Doordat er nu financiële rust in de sector komt, kan de focus komen te liggen op meer dynamiek en kwaliteitsverbetering in de ziekenhuiszorg.

Het akkoord is gesloten tussen minister Schippers en de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ), de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra(NFU), Zelfstandige Klinieken Nederland (ZKN) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN). In overleg met patiëntenorganisaties zal het belang van de patiënt in deze afspraken verder worden uitgewerkt.

De afspraken zijn gemaakt in het licht van de eerder dit jaar genomen besluiten van Minister Schippers over de ziekenhuiszorg, zoals de invoering per 2012 van prestatiebekostiging, uitbreiding tot 70% van de behandelingen waar vrije prijsvorming geldt,en het afbouwen van de achteraf-compensaties voor zorgverzekeraars. Ook zijn ze gemaakt tegen de achtergrond van de fors stijgende uitgavengroei in de gezondheidszorg als geheel.

bron: Ministerie van VWS

 

 

 

Patiënt wil beter bereikbare huisarts
Patiënten willen dat huisartsenpraktijken beter bereikbaar zijn. Dit blijkt uit onderzoek van de  Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie( NPCF) onder patiënten van tien huisartsenpraktijken in Noord-Holland,Overijssel en Drenthe.

Geen middagpauze

Om de bereikbaarheid te verbeteren pleiten patiënten ondermeer voor een avondspreekuur, betere bereikbaarheid per email,geen pauzes meer tussen de middag en een betere bewegwijzering door het telefonische keuzemenu.

Programma

Het regionale onderzoek naar patiëntenwensen maakt deel uit van het programma Huisartsenpraktijken Door Cliënten Bekeken. Inmiddels hebben zo'n zeventig huisartsenpraktijken aangegeven met het programma te willen meedoen.

 

bron:NPCF

 

Tandartstrek naar Nederland

Inmiddels is in Nederland 12% van de geregistreerde tandartsen afkomstig uit het buitenand.

Volgens voorspellingen van het Capaciteisorgaan dat het Ministerie van VWS adviseert, beginnen jaarlijks ongeveer 400 tandarsten in Nederland. Hiervan zijn er ongeveer 200 die een Nederlandse nationaliteit hebben. 90 tandartsen komen uit Duitsland, 45 tandartsen komen uit Belgie en de overige 45 komen uit andere landen. Deze trent zet zich door de komende jaren.

Door deze buitenlandse toestroom, worden de tekorten onder de tandartsen voorkomen. Met de komst van vrije tarieven is dit zelfs een gewenste situatie, aldus de auteurs. De toestroom van Belgische tandartsen zorgt echter wel voor een tekort aan tandartsen in de Vlaamse grensstreek in Belgie.

(bron: Brabants Dagblad)

Standpunt van LVG op het Menzis-initiatief om huisartsenpraktijken op te kopen
Nederlanders zijn gezonder, herstellen beter en zijn minder geld aan de zorg  kwijt als er een sterke eerstelijnsgezondheidszorg is.

Dat betekent concreet dat kinderen met overgewicht eerder worden opgespoord en behandeld, dat mensen minder (onterecht) worden verwezen naar het ziekenhuis, dat patiënten beter leren leven met hun chronische aandoening en aan het eind van hun leven gewoon in de eigen omgeving mogen overlijden. Indien hulpverleners zoals huisartsen,wijkverpleegkundigen en apothekers samenwerken, hun dienstverlening optimaal op elkaar afstemmen en serieus werk maken van preventie en zelfmanagement, dan laat de praktijk zien dat dit allemaal mogelijk is. Of zoals de Raad van Volksgezondheid en Zorg adviseert: maak een omslag van ziekte en zorg naar gezondheid en gedrag.

Ondernemerschap

Goedkopere en betere  zorg. Geen wonder dat zorgverzekeraar Menzis veel belang hecht aan  een sterke en goed georganiseerde eerste lijn. Dat ze het belang zo groot achten om hierin extra te gaan investeren,past geheel in ons stelsel van gereguleerde marktwerking. Een van de belangrijkste redenen om te kiezen voor dit stelsel was om (maatschappelijk) ondernemerschap te stimuleren. Partijen verbinden om  lokaal met vernieuwende oplossingen te komen die leiden tot betere zorg en minder kosten.

Dat Menzis naast investeerder ook zorgverzekeraar is, geeft natuurlijk een extra dimensie. Immers niemand wil dat de zorgverzekeraar op de stoel van de dokter gaat zitten. Medische keuzes worden gemaakt tussen de patiënt en arts. Weinig Nederlanders accepteren dat hun zorgverzekeraar zich hiermee bemoeit. Dit afbreukrisico voor Menzis is tegelijkertijd onze belangrijkste bescherming tegen een mogelijk verkeerde invloed van verzekeraars.

Versterking organisatie eerste lijn

Toekomstbestendige eerstelijnszorg is gebaseerd op een public health-analyse van de wijk en populatie, stelt hulpverleners in staat om mensen geïntegreerde zorg aan te bieden en werkt bewust aan het "ontzorgen"en versterken van de eigen kracht van mensen. Daarnaast wordt er goed samengewerkt met de gemeente, welzijn, GGD en vrijwilligers. Om dit te realiseren is een krachtige en continue versterking van de organisatie van de eerste lijn noodzakelijk. Hierdoor ontstaan moderne, servicegerichte organisaties waar professionals graag met elkaar samenwerken. Dat Menzis hierin wil investeren, getuigt van visie en lef en verdient navolging door partijen binnen en buiten de zorg. Willen we de zorg voor iedereen betaalbaar  en toegankelijk houden dan hebben we creatieve ideeën nodig en partijen die het  "gewoon"realiseren.

Werkzame oplossingen

Gelet op de kostenexplosie in de zorg is het laatste waar we op zitten te wachten een in beton gegoten opvatting over de scheiding tussen zorgaanbieders en zorgverzekeraars. Wat we nodig hebben zijn oplossingen die werken.

(bron: LVG)

Private investeerders stappen in huisartsenpraktijken

Twee private investeerders en een zorgverzekeraar bouwen actief een positie op in de huisartsensector, zo meldt de Volkskrant vrijdag op basis van een eigen inventarisatie.

 Het gaat om investeringsmaatschappij Reggenborgh van de familie Wessels, van het gelijknamige bouwconcern, die samen met zorgverzekeraar Menzis huisartsenpraktijken opkoopt. Hun gezamenlijke initiatief Zorgpunt exploiteert 28 huisartsenpraktijken. De onderneming Arts en Zorg, die in handen is van NPM Healthcare, bezit 10 praktijken. NPM Healthcare behoort toe aan de familie Fentener van Vlissingen. Bij beide huisartsenketens werken de artsen in loondienst.

Volgens de Volkskrant denken deze ketens efficiënter te kunnen werken, bijvoorbeeld door veel eerstelijnsbehandelingen te doen. Over vijf jaar moeten de praktijken winstgevend zijn.

De betrokkenheid van verzekeraar Menzis stuit op scepsis. De Landelijke Huisartsen Vereniging vreest "een scheve situatie", omdat de verzekeraar bij een van zijn eigen activiteiten zorg moet inkopen, meldt de Volkskrant.

Uitbreiding Ketenzorg COPD per 1 juli 2010
Vanaf 1 juli 2010 kunnen zorgaanbieders een integraal tarief declareren voor patiënten met COPD, een chronische longaandoening. Dit maakt het voor zorgaanbieders van verschillende disciplines eenvoudiger om de zorg samen rondom de vraag van de patiënt te organiseren. De integrale benadering leidt tot betere afstemming en daardoor hogere kwaliteit van de zorg voor patiënten. Bovendien vermindert effectieve ketenzorg de druk op specialistische ziekenhuiszorg. Op 1 januari van dit jaar werd het declareren van ketenzorg al mogelijk voor patiënten met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten en diabetes.

Bij ketenzorg wordt één zorgaanbieder hoofdcontractant, waarmee de andere zorgaanbieders in de keten contracten kunnen afsluiten en zo hun kosten kunnen declareren. De bekostigingsvorm stimuleert samenwerking tussen verschillende zorgverleners die zich bezighouden met de preventie, behandeling en het volgen van de patiënt en diens ziektebeeld. Tot 2010 was het integraal declareren van één tarief voor deze zorg niet mogelijk. De regeling voor Chronic Obstructive Pulmonary Disease (COPD) gaat met terugwerkende kracht in per 1 juli 2010.
De regeling van de NZa laat veel ruimte aan zorgaanbieders om de zorg op een eigen manier in te vullen, maar stelt wel eisen aan de inhoud van zorg en het inzichtelijk maken daarvan. De NZa heeft daarvoor transparantie-eisen opgesteld, om patiënten te voorzien van keuze-informatie. De zorg- en dienstverlening moet voldoen aan de zorgstandaarden en aan voorschriften met betrekking tot transparantie en administratie.

De regeling maakt bekostiging van de zorg mogelijk vanaf het moment dat de diagnose COPD bij de patiënt is vastgesteld. Als patiënt kun je kiezen of je de zorg zelf wilt samenstellen of gebruik wilt maken van een georganiseerde keten.

De NZa volgt de ontwikkelingen rond ketenzorg nauwlettend om inzicht te krijgen in de gevolgen voor de kwaliteit, betaalbaarheid en toegankelijkheid van de zorg. Over de effecten van de introductie van ketenzorg brengt de NZa daarom eind 2011 een rapport uit aan de minister. Daarin bekijkt de NZa ook hoe patiënten worden betrokken bij de invulling van het zorgplan.

(Bron: NZA)

Geen vrije tarieven tandartsen in 2011

De proef om tandartsen zelf hun prijs te laten bepalen begint niet in 2011. Demissionair minister Ab Klink (Volksgezondheid) heeft de Tweede Kamer laten weten dat hij het niet verantwoord vindt om het experiment dan al te beginnen.

Door de vijf jaar durende proef zouden klanten beter kunnen beoordelen welke kwaliteit de tandarts biedt en welk prijskaartje daaraan hangt. Klinkt betwijfelt echter of tandartsen al op zo'n korte termijn een goede transpartantie van prijs, kwaliteit en prestatie kunnen waarborgen.

Eerder (in 2009) maakte de Nederlandse Zorg Autoriteit (NZa) al hetzelfde voorbehoud. Hoewel Klink sindsdien verbeteringen ziet, vindt hij die nog onvoldoende om in 2011 met het experiment te beginnen. Hij laat het nu aan het nieuwe kabinet over om te beslissen of er per 2012 al dan niet vrije prijzen in de mondzorg komen.

De proef om tandartsen zelf hun prijs te laten bepalen begint niet in 2011. Demissionair minister Ab Klink (Volksgezondheid) heeft de Tweede Kamer laten weten dat hij het niet verantwoord vindt om het experiment dan al te beginnen.

Door de vijf jaar durende proef zouden klanten beter kunnen beoordelen welke kwaliteit de tandarts biedt en welk prijskaartje daaraan hangt. Klinkt betwijfelt echter of tandartsen al op zo'n korte termijn een goede transpartantie van prijs, kwaliteit en prestatie kunnen waarborgen.

Eerder (in 2009) maakte de Nederlandse Zorg Autoriteit (NZa) al hetzelfde voorbehoud. Hoewel Klink sindsdien verbeteringen ziet, vindt hij die nog onvoldoende om in 2011 met het experiment te beginnen. Hij laat het nu aan het nieuwe kabinet over om te beslissen of er per 2012 al dan niet vrije prijzen in de mondzorg komen.

(bron: Ministerie VWS)

PvdA definitief tegen marktwerking in de zorg

De PvdA keert zich definitief tegen verdere marktwerking in de zorg. Dat zei PvdA-leider Wouter Bos gisteren

tijdens een partijbijeenkomst in Almere.

Voor 1 april moet het demissionair kabinet een beslissing nemen over meer marktwerking in de zorg. "Het is niet

verantwoord", stelde Bos tijdens de bijeenkomst. "Meer marktwerking in de zorg is op dit moment niet nodig. Wat

we nodig hebben, zijn ziekenhuizen en zorgverleners die beter met elkaar samenwerken. En niet ziekenhuizen en

zorgverleners die harder met elkaar concurreren. En dat is een keuze die wij de komende maanden zullen

verdedigen."

 

Aandeelhouders in de zorg

Bos sprak zich ook uit over het wetsvoorstel waar demissionair minister Klink aan werkt: het plan om

aandeelhouders toe te laten in de zorg. "Ik weet, na wat ik heb meegemaakt bij de banken, wat er kan gebeuren als

aandeelhouders en aandeelhoudersmotieven een rol gaan spelen bij beslissingen over welk product of dienst wel of

niet aangeboden wordt. Dat past prima binnen een fietsen- of pindakaasfabriek, maar niet in de zorg." Volgens Bos

moeten beslissingen in de zorg niet gestuurd worden door de vraag hoeveel er verdiend kan worden, maar door wie

de zorg het hardst nodig heeft. "En daar zullen wij een spaak in de wielen steken."

 

‘Wouter Bos ongeloofwaardig'

SP-leider Agnes Kant wil eerst nog wel eens zien of Bos deze belofte waarmaakt. "Drie jaar lang heeft Bos de

marktwerking in de zorg mogelijk gemaakt, terwijl hij in de verkiezingscampagne in 2006 zei dat hij die ging

stoppen. Een paar weken geleden stemde hij zelfs nog in met meer marktwerking in de ziekenhuizen. Dat hij nu zegt

dat hij geen marktwerking wil, is ongeloofwaardig. Ik wil dat hij een garantiebewijs tekent zodat deze belofte langer

standhoudt dan de campagne."

Integrale bekostiging alleen als oud contract afloopt

Zorgverzekeraars UVIT en Achmea zijn niet van plan om lopende contracten met zorggroepen open

te breken ten behoeve van integrale bekostiging. Wel worden aflopende contracten omgezet. Dat

hebben woordvoerders van beide verzekeraars gezegd.

UVIT geeft aan dat 90 procent van de contracten voor diabetes ketenzorg dit jaar afloopt en dat met

die zorggroepen wel op basis van de beleidsregel integrale bekostiging onderhandeld zal worden.

Integrale bekostiging, vroeger functionele bekostiging geheten, is met ingang van januari 2010

mogelijk geworden voor diabetes en cardiovasculair risicomanagement (CVRM) en maakt deel uit

van de wijzigingen die minister Ab Klink van VWS heeft doorgevoerd voor de bekostiging van de

eerste lijn.

Volgens de woordvoerder van UVIT heeft de verzekeraar nu met 22 zorggroepen contracten voor

diabetes en met drie zorggroepen contracten voor COPD. Woordvoerder Karen van Rijsewijk:

"Contractering van CVRM heeft bij ons nog geen prioriteit. Wij hadden aanvankelijk ingezet op

ketenzorg voor diabetes, COPD, obesitas en dementie. De zorgstandaard voor CVRM bestaat ook

nog maar kort. We zullen eerst de resultaten met de zorgstandaard diabetes afwachten, voor we met

cardiovasculair risicomanagement verder gaan." In het kerngebied van UVIT is 70 procent van de

huisartsen aangesloten bij een zorggroep voor diabetesketenzorg.

De woordvoerder van Achmea geeft aan dat de oude contracten met de zorggroepen bij afsluiten een

looptijd hadden van drie jaar en dat de meeste nog een tijdje doorlopen. Met één zorggroep van wie

het contract binnenkort afloopt zal de verzekeraar gaan onderhandelen over integrale bekostiging.

Minister Klink wilde integrale bekostiging voor diabetes, CVRM, COPD en hartfalen zo snel

mogelijk invoeren, vooral omdat daar vanuit de zorggroepen grote behoefte zou bestaan

(bron: topsupport 8 jan)

Ruim meer verstrekkingen per apotheek per jaar

Ruim meer verstrekkingen per apotheek per jaar

Het aantal openbare apotheken is in de afgelopen jaren toegenomen van een kleine 1600 in 2000 tot ruim 1900 in 2008. Dit komt neer op een gemiddelde stijging van 2,3% per jaar. Omdat de omvang van de Nederlandse bevolking veel minder is gegroeid dan dit percentage, is het gemiddelde aantal inwoners per apotheek in deze jaren afgenomen. Zo bediende een openbare apotheek in 2000 nog gemiddeld 9000 inwoners, terwijl dit cijfer in 2008 is gedaald tot 7800 inwoners. Het is echter niet zozeer het verzorgingsgebied van een apotheek dat het bestaansrecht van een apotheek verantwoordt. Veel meer bepalend is het aantal voorschriften van receptgeneesmiddelen dat een apotheek jaarlijks verstrekt.

Ondanks de toename van het aantal apotheken is het gemiddelde aantal verstrekkingen van receptgeneesmiddelen per apotheek met 2,7% gestegen: van 61.000 voorschriften in 2000 tot bijna 82.000 in 2008. Dit komt omdat het aantal receptgeneesmiddelen dat de openbare apothekers in deze periode verstrekten met gemiddeld 5,1% per jaar is toegenomen; van 105 miljoen voorschriften in 2000 naar 157 miljoen in 2008. De vraag naar farmaceutische zorg is daarmee dus sterker toegenomen dan het aanbod van apotheken.
De stijging van het aantal voorschriften is overigens inclusief de toename van het aantal verstrekkingen ten gevolge van de invoering van de nieuwe tariefstructuur in juli 2008.
Met de invoering van een tarief voor weekleveringen is het aantal declarabele verstrekkingen gestegen. Voor de invoering van deze tariefstructuur vonden de declaraties van weekleveringen slechts één keer per twee à drie weken plaats. Als deze ontwikkeling wordt gecorrigeerd, bedraagt de jaarlijkse stijging van het totale aantal verstrekkingen gemiddeld 4,4% en van het gemiddelde aantal verstrekkingen per apotheek 2,0%.

Gelijk aantal fte's

Om de toename van de werkzaamheden per apotheek het hoofd te bieden, is een evenredige toename in het aantal apothekersassistenten per apotheek te verwachten.
Uitgedrukt in fte's is die stijging in deze periode echter achterwege gebleven. Het gemiddelde aantal fte's is zelfs exact gelijk gebleven, namelijk 5,9 per apotheek. Dit betekent dat de werklast voor assistenten in de apotheek is toegenomen of dat werkzaamheden zijn overgenomen door robotisering of door mensen met een andere functie. Zo is het aantal fte's aan ‘overig personeel' in de periode van 2000 tot 2008 toegenomen van 1,0 naar 1,7. Overigens is ondanks het gelijkblijvende aantal fte's per apotheek het aantal apothekersassistenten per apotheek wel toegenomen.
Van bijna 8 in 2000 tot gemiddeld 8,5 in 2008, vanwege de stijging van het aantal parttimers.

Bron: SFK december 2009

Handboek "Van Zorggroep naar Ketenzorg"

Op 30 oktober 2009 heeft Sanofi Aventis een Handboek voor Zorggroepen uitgegeven. Jan Erik de Wildt (Commonsense), Natasja Baroch en Lex Maas van POLOS zijn samen de schrijvers van het boek "Van Zorggroep naar Ketenzorg".

Het handboek biedt zorggroepen en zorgketens de nodige handvatten en handreikingen om op gestructureerde wijze een zorgketen op te bouwen en in te richten. Hiernaast kunnen bestaande zorggroepen en zorgketens dit handboek gebruiken om een scan van hun keten uit te voeren, om eventueel hun processen of keten te optimaliseren.

Dit handboek biedt de ondersteuning om de ketenzorg op doelmatige en op efficiente wijze te organiseren, zodat de patient de beste chronische zorg krijgt.

Het boek is te bestellen bij: Sanofi-Aventis

Zie voor meer informatie over het handboek " Van Zorggroep naar Zorgketen "

 

POLOS Diner Pensant

Op 22 september jl. heeft het eerste POLOS Diner Pensant plaatsgevonden. In een ongedwongen sfeer werden actuele onderwerpen rond zorggroepen gepresenteerd.

Catelijne Bach en Marjan Hakse (allebei advocaat bij Van Iersel Luchtman Advocaten) gingen in op de juridische structuur van een zorggroep en de aansprakelijkheid die bij zorggroepen een rol speelt. Aansluitend gingen Hans Preijde en Lex Maas (partners bij POLOS) in op de informatiebehoefte bij zorggroepen en gingen zij in op de administratieve organisatie van een zorgrgroep. De bijeenkomst werd afgesloten door Peter Linssen van Ember die inging op motivatie van de leden van de zorggroep en op welke wijze goede samenwerking tot stand komt.

Binnenkort verschijnt een verslag van het POLOS Diner Pensant op de website van POLOS

  foto website

 

NZa introduceert integrale bekostiging ketenzorg
Vanaf 1 januari 2010 kunnen zorgaanbieders een integraal tarief declareren voor diabetespatiënten en patiënten met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Deze nieuwe vorm van bekostiging maakt het voor zorgaanbieders eenvoudiger om de zorg samenhangend te organiseren rondom de zorgvraag van de patiënt. Dit komt de kwaliteit van zorg aan patiënten met chronische aandoeningen ten goede: meer proactieve zorgverlening, integraal georganiseerd en dicht bij de patiënt leidt tot hogere kwaliteit. Effectieve ketenzorg vermindert bovendien de druk op specialistische ziekenhuiszorg in de toekomst.

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) introduceert integrale bekostiging van ketenzorg. Op dit moment is het integraal declareren van zorg rond een patiëntengroep nog niet goed geregeld. Met de nieuwe bekostigingsvorm voor ketenzorg wordt één zorgaanbieder hoofdcontractant, waarmee andere zorgaanbieders in de keten contracten kunnen afsluiten en zodoende kosten kunnen declareren. De nieuwe bekostigingsvorm voor ketenzorg stimuleert daarmee samenwerking tussen verschillende zorgverleners die zich bezighouden met preventie, behandeling en het volgen van de patiënt en diens ziektebeeld.

De nieuwe regeling van de NZa laat veel ruimte aan zorgaanbieders om de zorg op een eigen manier in te vullen, maar stelt wel eisen aan de inhoud van zorg en het inzichtelijk maken daarvan. De zorg- en dienstverlening moet voldoen aan de zorgstandaarden en aan voorschriften met betrekking tot transparantie en administratie. De regeling maakt bekostiging van de zorg mogelijk vanaf het moment dat de diagnose diabetes of een verhoogd risico op hart- en vaatziekten bij de patiënt is vastgesteld.

Een aantal zorgaanbieders levert nu al ketenzorg voor deze groepen patiënten, vaak in de vorm van een experiment. Voor deze lopende experimenten blijven de afspraken gelden die bij aanvang gemaakt zijn. Ook voor patiënten met COPD (chronische bronchitis en longemfyseem) en hartfalen is integrale bekostiging van ketenzorg gewenst. Wanneer voor deze aandoeningen zorgstandaarden beschikbaar zijn, kan de NZa ook daarvoor integrale bekostiging introduceren.

(bron: NZA)

Functionele bekostiging geen oplossing bij multimorbiditeit

Het ministerie van VWS wil dat de zorg bij chronische ziekten (zoals diabetes en COPD) rond de patiënt wordt georganiseerd in zorgketens of ‘zorgpaden'. Deze kunnen dan in zijn geheel ingekocht en bekostigd worden door een verzekeraar, de zogenaamde functionele bekostiging. Maar dit is geen oplossing bij multimorbiditeit, zo heeft de KNMG op 10 juni 2009 laten weten aan de leden van de Vaste Kamercommssie voor VWS. Bij deze ziektegerichte benadering wordt over het hoofd gezien dat veel mensen, vooral ouderen, meerdere ziekten hebben en dus niet in één zorgketen passen. Het belopen van diverse zorgpaden tegelijk vergt teveel van de belastbaarheid van één mens. Bovendien bestaat de kans op negatieve interacties tussen medicatievoorschriften, behandelingen en adviezen van verschillende zorgpaden. De KNMG wil dat, voorafgaand aan besluitvorming over functionele bekostiging van chronische ziekten, eerst grondig gekeken wordt naar de inhoudelijke en organisatorische samenhang van de zorg in geval van multimorbiditeit en onduidelijke morbiditeit. Voordat deze zorginhoudelijke samenhang goed is uitgewerkt en in kaart gebracht, moeten we zeer terughoudend zijn met het invoeren van een bekostigingssystematiek die gekoppeld is aan zorgpaden voor afzonderlijke chronische aandoeningen.

(bron: KNMG)

Resultaten kostenonderzoek Huisartsen

Huisartsen ontvingen in 2006 boven hun inkomen 366 miljoen euro, gemiddeld is dat per praktijk € 54.257. Een belangrijke oorzaak daarvan zijn de relatief hoge opbrengsten uit inschrijftarieven, consulten en innovatie. Dit is een van de conclusies van het Kostenonderzoek Huisartsenzorg van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). De NZa neemt de resultaten uit het onderzoek mee in haar advies aan de minister over functionele bekostiging van de eerstelijns zorg.

Het kostenonderzoek is uitgevoerd in opdracht van de minister van VWS om te komen tot tarieven die aansluiten bij de door de huisarts geleverde prestaties. De NZa heeft het onderzoek laten uitvoeren door onderzoeksbureau Significant. In het Vogelaarakkoord zijn afspraken gemaakt over de hoogte van de tarieven per consult en de inschrijftarieven per patiënt. Het kostenonderzoek wijst uit dat deze tarieven gemeten over 2006 te hoog zijn. Uit het onderzoek blijkt dat er gemiddeld meer consulten worden geleverd dan destijds geraamd. De bekostiging gaat uit van 8.296 consulten per praktijk. Uit het onderzoek blijkt dat er gemiddeld 9.434 consulten per praktijk worden geleverd, 14% hoger dan geraamd.

De gemiddelde omzet van een huisartsenpraktijk was € 237.733 in 2006, de praktijkkosten € 183.476. In die praktijkkosten is het inkomen van de huisarts verwerkt. Het verschil tussen opbrengsten en kosten is gemiddeld € 54.257. Gecorrigeerd voor kosten die in 2006 buiten de administratie zijn gebleven, maar die door middel van een vraag in de vragenlijst zijn geïnventariseerd (bijvoorbeeld de kosten van een meewerkende partner) is dit verschil € 48.508, hetgeen landelijk gelijk staat aan € 328 miljoen in 2006.

De resultaten van het kostenonderzoek zijn dankzij de hoge netto respons van 98% representatief voor de Nederlandse huisartspraktijken. De Landelijke Huisartsenvereniging (LHV), Landelijke Vereniging Georganiseerde Eerstelijn (LVG) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN) zijn in alle fasen van het onderzoek geconsulteerd, ook bij de vervolgstappen van de NZa worden zij betrokken.

Het onderzoek is begin 2008 gestart. Omdat de gegevens over 2007 op dat moment nog niet beschikbaar waren, is het jaar 2006 gehanteerd. 2006 is het startjaar van het Vogelaarakkoord.

De NZa overhandigt vandaag ook haar visie op de functionele bekostiging van vier niet-complexe chronische zorgvormen. Daarin wordt aangegeven hoe per 1 januari 2010 met enkele belangrijke zorgketens een eerste stap kan worden gezet naar functionele bekostiging in de eerstelijn. Deze introductie zal leiden tot aanpassingen in de bekostiging van huisartsen per 1 januari 2010. Ook in dit licht van de korte termijn zullen de resultaten van het kostenonderzoek door de NZa worden bezien. Op basis van de conclusies uit het kostenonderzoek en de bovengenoemde visie adviseert de NZa de minister later dit jaar over functionele bekostiging voor de eerstelijn. De betrokken partijen worden ook bij dat traject geconsulteerd.

(Bron: NZA)

Advies NZA over invoering DBC-financiering voor categorale zorg in 2010

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) adviseert de minister van VWS functionele bekostiging in te voeren voor diabeteszorg en cardiovasculair risicomanagement. Functionele bekostiging is bekostiging op basis van de prestatie en niet op basis van de zorgaanbieder die de zorg levert. Voor de patiënt wordt de kwaliteit van de zorg beter als de zorg meer rondom de patiënt wordt georganiseerd en minder vanuit de aanbieder. Volgens de NZa is de invoering van functionele bekostiging gunstiger voor consumenten. Het is wel belangrijk dat aan de randvoorwaarden wordt voldaan die de NZa heeft gesteld.  

Door functionele bekostiging zijn er meer mogelijkheden voor samenwerking tussen zorgaanbieders. De randvoorwaarden die de NZa stelt, zijn bedoeld om de risico's voor de kwaliteit, toegankelijk en betaalbaarheid van de zorg te beperken. Een van die voorwaarden is dat er voor de behandeling een door zorgaanbieders en patiëntenverenigingen vastgestelde zorgstandaard is, zodat de kwaliteit wordt geborgd. Om die reden adviseert de NZa om per januari 2010 alleen nog voor diabeteszorg en cardiovasculair risicomanagement functionele bekostiging te introduceren. De zorgstandaard is er nog niet voor de andere twee chronische zorgvormen COPD en hartfalen maar zijn wel in de maak. VWS wil ook deze zorgvormen per 1 januari 2010 functioneel bekostigen. Een andere voorwaarde is het verlagen van de toetredingsdrempels zodat ook andere zorgaanbieders dan huisartsen de rol van regisseur op zich kunnen nemen. De NZa wil niet tornen aan de poortwachterfunctie van huisartsen. Meer transparantie is noodzakelijk voor patiënten om een goede keuze te maken.

 De NZa is van mening dat functionele bekostiging de positie van de consument verbetert en leidt tot een betere kwaliteit en betaalbare zorg. Als patiënten kunnen kiezen voor de zorgaanbieder die het beste aan hun wensen voldoet, worden aanbieders gestimuleerd om in te spelen op te wensen van de patiënt. De patiënt moet inzicht hebben in de kwaliteit van de aangeboden zorg. De kwaliteit  binnen de eerstelijnszorg verbetert als de verschillende zorgverleners goed samenwerken en hun zorg rond de patiënt goed op elkaar afstemmen. De zorg wordt beter betaalbaar omdat daarmee dubbele bekostiging wordt voorkomen. Bovendien bevordert deze bekostiging dat er onnodig zorg van de tweede naar de eerste lijn gaat. Het accent ligt meer op preventie en een goede leefstijl.

 Ruim een kwart van de Nederlandse bevolking heeft een of meerdere chronische ziektes. De kosten voor chronisch zieken bedraagt 70% van de totale zorgkosten binnen de Zvw. Juist omdat bij de zorg voor chronische aandoeningen verschillende zorgaanbieders zijn betrokken is coördinatie en afstemming belangrijk. De zorg van de verschillende aanbieders moet goed op elkaar aansluiten en overlap voorkomen.

(Bron: NZA)

Hogere werkdruk apothekers door tekort apothekersassistentes

De werkdruk van apothekers stijgt, mede door een tekort aan apothekers. Begin 2008 had 26% van de apotheken een of meer vacatures voor een apothekersassistent openstaan. Dit is een verdubbeling ten opzichte van 2006. De werkdruk wordt deels opgevangen door extra ondersteunend personeel.


Uit cijfers van de Stichting Farmaceutische Kengetallen blijkt dat het aantal voorschriften per fulltime apothekersassistent in 2008 een nieuw hoogtepunt bereikte met 15.150 stuks. De hoge verwerkingsgraad hangt samen met een oplopend tekort aan apothekersassistenten. Begin 2008 had 26% van de apotheken een of meer vacatures voor een apothekersassistent openstaan. Dit is een verdubbeling ten opzichte van 2006. Ook staan vacatures langer open dan voorheen. Dit wijst op een krapper wordende arbeidsmarkt in de apotheekbranche.


Het Pensioenfonds Medewerkers Apotheken registreerde op 1 januari 2009 16.312 werkzame apothekersassistentes in een openbare apotheek. Ten opzichte van het voorgaande jaar is dit een stijging van 285 personen (+1,8%). De meeste apothekersassistenten geven er de voorkeur aan om parttime te werken. Dit hangt onder meer ermee samen dat apothekersassistent een typisch vrouwenberoep is (99% is vrouw). De gemiddelde werkweek kwam het afgelopen jaar uit op 25,4 uur en ligt hiermee net iets lager dan in 2007.


Het aantal ondersteunende medewerkers in openbare apotheken is toegenomen van 5.809 tot 6.436 personen (+10,8%). Ook hierbij gaat het in veruit de meeste gevallen (75%) om vrouwen. Ook ondersteunende medewerkers werken overwegend parttime. Gemiddeld werken zij 19 uur per week. Opvallend is dat de groei in het ondersteunend personeel zo sterk is, terwijl de assistententoename juist beperkt is. Ondersteunende medewerkers kunnen worden ingezet bij werkzaamheden in de apotheek die de werkdruk, zoals uitgedrukt in de verwerkingsgraad, verlichten. Als de verwerkingsgraad wordt uitgedrukt als het aantal voorschriften per fulltime apotheekmedewerker, komt deze in 2008 uit op 11.600 en een jaar eerder op 11.400. Dit is slechts een toename van 1,8%.

 

Werkdruk bepaald door meerdere factoren

De verwerkingsgraad is een maatstaf om te beoordelen hoe het personeelsbestand zich verhoudt tot de werkdruk in de apotheek. Voor de wijze waarop de werkdruk wordt ervaren, spelen diverse andere factoren een rol, zoals de mate waarin apothekers elektronisch voorbereide recepten van voorschrijvers ontvangen, de wijze waarop avond- en weekenddiensten zijn georganiseerd, het al dan niet voorhanden zijn van robotisering in de apotheek, de mate waarin apotheekbereidingen plaatsvinden en op welke wijze ondersteunende medewerkers worden ingezet.

Bron: Stichting Farmaceutische Kengetallen

Vacature Administratief personeel
POLOS heeft een vacature voor een administratieve professional (HBO). Kijk voor meer informatie op onze pagina: vacatures
Huisartsenmarkt onvoldoende toegankelijk

Nieuwe spelers hebben nauwelijks kans om toe te treden tot de markt voor huisartsen. Ook voorziet De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) in de toekomst een tekort aan huisartsen. NZa pleit daarom voor een aanpassing in de regelgeving waardoor de belemmeringen voor toetreding worden weggenomen. Opvallend is dat de gemiddelde omzet per huisarts tussen 2005 en 2007 is gestegen met € 50.000. Dat zijn de belangrijkste conclusies van de Monitor Huisartsenzorg waarin de NZa de minister van VWS adviseert over de ontwikkelingen op de huisartsenmarkt.

Zie voor meer informatie: Monitor Huisartsenzorg

Bron: NZa

NZA publiceert rapport kostenonderzoek apotheekhoudenden

Apotheken en apotheekhoudende huisartsen ontvingen vorig jaar zo'n 780 miljoen euro aan bonussen en kortingen van de farmaceutische industrie. Dit blijkt uit recent onderzoek van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) naar inkoopvoordelen en praktijkkosten van apotheken. De bonussen en kortingen zijn in drie jaar tijd met 30% gestegen. In 2007 hield een gemiddelde standaardapotheek € 186.000 aan bonussen en kortingen over naast zijn vaste inkomen. Het gehele onderzoek is te downloaden op: http://www.nza.nl/nza/Nieuws/inkoopvoordelen_apotheken/

In het onderzoek is het effect van het preferentiebeleid dat door de zorgverzekeraars is opgelegd niet meegenomen. Tevens houdt het onderzoek geen rekening met de financieringslasten die jonge apotheken hebben vanwege inrichtingen en/of goodwill verplichtingen. De verwachting is dat hierdoor vele apotheken het zeer moeilijk zullen krijgen en zelfs een redelijke kans lopen om failliet te gaan.

De NZa gebruikt de gegevens uit dit onderzoek voor de onderbouwing van haar tarieven. Op dit moment ontwerpt de NZa voor 2009 drie tariefsvarianten, waarbij een gemiddeld bedrag bepaald wordt per receptregel dat in verhouding staat tot de bonussen en kortingen die worden ontvangen. Er wordt in de varianten rekening gehouden met de onzekerheden rond het preferentiebeleid. De tariefsvarianten worden eind november aan de Adviescommissie Vrije Beroepsbeoefenaren van de NZa voorgelegd waarna de RvB een besluit neemt. De NZa maakt haar tariefsbeslissing voor 2009 op 1 december 2008 bekend.